Box 3
De bedrijfsopvolgingsregeling (BOR)
Box 2-tarief met twee schijven
Versobering 30%-regeling
Aanpassing lucratief belang regeling
Einde zelfstandige belastingplicht open CV
Wetsvoorstel fiscaal kwalificatiebeleid buitenlandse rechtsvormen
Afschrijvingsbeperking gebouwen inkomstenbelasting
Tijdelijke verhoging vrije ruimte werkkostenregeling teruggedraaid
Aftrekbaarheid giften in de vennootschapsbelasting
Wijzigingen voor IB-ondernemers
Nieuw tarief overdrachtsbelasting bij aandelenoverdracht vastgoed bv’s
Tarief vennootschapsbelasting blijft gelijk
Wijziging Open Fonds voor Gemene Rekening (OFGR)
Innovatiebox blijft ongewijzigd
Excessief lenen
Overige wijzigingen

Box 3

Het rendement in box 3 wordt forfaitair berekend op basis van het werkelijk aangehouden vermogen – op peildatum 1 januari – met een onderverdeling in drie categorieën: banktegoeden, overige bezittingen en schulden. Voor elke vermogenscategorie geldt een afzonderlijk forfaitair rendementspercentage.

 

Het kabinet stelt voor om het tarief in box 3 in 2024 met 2%-punt te verhogen van 32% naar 34%. De Tweede Kamer is eind oktober akkoord gegaan met een voorstel om het tarief per 1 januari 2024 verder te verhogen naar 36%. Met de kennis van nu blijft het tarief in 2025 ook 36%. Daarnaast stelt het kabinet voor om het heffingsvrije vermogen (zijnde € 57.000 per persoon) niet te indexeren met ingang van 1 januari 2024.

 

Verder zijn de volgende wijzigingen voorgesteld met terugwerkende kracht naar 1 januari 2023:

  • het lidmaatschap in een vereniging van eigenaren (VvE) en geld op derdengeldenrekening van een notaris vallen onder de categorie ”banktegoed”
  • onderlinge vorderingen en schulden tussen fiscale partners en tussen ouders en minderjarige kinderen worden niet meer meegenomen in de aangifte.

 

Tip:
Het tarief over het box 3-inkomen stijgt in 2024 naar 36%. De belastingdruk kan daardoor fors toenemen. Dat geldt vooral voor vermogensbestanddelen waarvan het werkelijke rendement (aanzienlijk) lager is dan het wettelijke percentage. Het is derhalve zinvol te beoordelen wat je met deze vermogensbestanddelen wilt doen vóór 1 januari 2024.

 

In een recente internetconsultatie is reeds aangegeven dat er vanaf 2027 waarschijnlijk een vermogensaanwasbelasting geldt voor spaargeld en beleggingen en een vermogenswinstbelasting voor vastgoed.

De bedrijfsopvolgingsregeling (BOR)

Het kabinet heeft de wens uitgesproken om de uitvoerbaarheid van de bedrijfsopvolgingsregeling voor de erf- en schenkbelasting en de doorschuifregeling van de box 2-claim in de inkomstenbelasting te verbeteren. Om dit doel te bereiken zijn de volgende maatregelen opgenomen in het Belastingplan 2024.

 

Maatregelen per 1 januari 2024

  • Aan derden verhuurd vastgoed wordt standaard beschouwd als beleggingsvermogen waarop de BOR niet van toepassing is.

 

Maatregelen per 1 januari 2025

  • Het bedrag dat voor 100% is vrijgesteld, wordt verhoogd van €1.205.871 naar €1.500.000. Voor het meerdere aan ondernemingsvermogen geldt nu nog een vrijstelling van 83%. Dit percentage wordt verlaagd naar 75%.
  • Bedrijfsmiddelen die zowel zakelijk als privé worden gebruikt kwalificeren nog slechts voor de BOR voor zover de middelen daadwerkelijk binnen de onderneming worden gebruikt.
  • De dienstbetrekkingseis die als doel heeft om de BOR alleen van toepassing te laten zijn voor situaties waarin de verkrijger daadwerkelijk betrokken is bij de onderneming, komt te vervallen.
  • Er wordt een minimumleeftijd van 21 jaar ingevoerd voor de verkrijger.
  • De geldende doelmatigheidsmarge van 5% voor beleggingsvermogen wordt voor de schenk- en erfbelasting volledig afgeschaft. Voor de inkomstenbelasting zal het tijdstip van afschaffing later bepaald worden.

 

Maatregelen per 1 januari 2026

  • De toegang tot de BOR wordt beperkt tot reguliere aandelen met een belang van 5% in het geplaatst kapitaal. De BOR blijft gelden voor preferente aandelen die in het kader van een gefaseerde bedrijfsopvolging zijn uitgegeven.
  • Enkele knelpunten die ontstaan als gevolg van de bezitseis en voortzettingseis worden weggenomen. Het kabinet is nog bezig met een onderzoek om te bepalen op welke manier dit gerealiseerd gaat worden.

Tip:
De voorgestelde wijzigingen in de bedrijfsopvolgingsregeling kunnen zowel positief als negatief uitpakken. Het is verstandig om samen met jouw adviseur een tijdspad te bepalen om jouw fiscaal optimale bedrijfsopvolging vorm te geven. Zeker met ondernemingen met een hoge waarde kan het zinvol zijn om op korte termijn actie te ondernemen.

Box 2-tarief met twee schijven

Het huidige box 2 tarief bedraagt 26,9%. Vanaf 1 januari 2024 worden twee tariefschijven in box 2 ingevoerd, namelijk 24,5% over de eerste € 67.000 box 2 inkomsten per jaar, en 33% over het meerdere.

 

Binnen deze regeling ontstaat voor de gemiddelde DGA voldoende ruimte om niet in de hoge tweede schijf van 33% te vallen. Als de DGA een fiscaal partner heeft, mag de 1e schijf zelfs twee keer worden benut, dus tot een box 2 inkomen van € 134.000 is dan het lage 24,5% tarief van toepassing.

 

Tip:
Als je van plan bent om in 2023 dividend uit te keren vanuit de vennootschap, overweeg dan om dat uit te stellen tot 1 januari 2024. Je bespaart 2,4% belasting over maximaal € 134.000, dus een belastingvoordeel van maximaal € 3.200.

 

Echter kan het ook voordelig zijn om nog vóór 2024 een fors dividend uit te keren, om de hoge schijf vanaf 2024 te vermijden.

Versobering 30%-regeling

De 30%-regeling wordt per 1 januari 2024 versoberd.

Voor de eerste 20 maanden wordt de 30%-regeling gesteld op maximaal 30% van het loon. Voor de daaropvolgende 20 maanden gaat het om maximaal 20% van dat loon en de daaropvolgende 20 maanden maximaal 10% van het loon.
Na 60 maanden (vijf jaar) is de maximale looptijd van de 30%-regeling verstreken. Als de looptijd korter dan 60 maanden is, gelden dezelfde percentages en perioden, waarbij het recht op de 30%-regeling stopt als de looptijd van de beschikking met betrekking tot de 30%-regeling is verlopen. Er geldt een overgangsregeling voor werknemers die in het laatste tijdvak van 2023 een vergoeding kregen waarvoor zij in het bezit waren van een 30%-beschikking.

 

Daarnaast wordt de buitenlandse partiële belastingplicht afgeschaft, dit is een aanvullende fiscale faciliteit voor expats die gebruik maken van de 30%-regeling. Hierbij geldt een overgangsregeling, waardoor de laatste expat nog uiterlijk tot en met 2026 gebruik kan
maken van deze fiscale regeling in de inkomstenbelasting.

Aanpassing lucratief belang regeling

Als een medewerker een (aandelen)belang in de onderneming van zijn/haar werkgever heeft, kwalificeert dat fiscaal soms als een zogenaamd ‘lucratief belang’. Gevolg daarvan is dat de voordelen uit dit belang progressief belast zijn in box 1 tegen maximaal 49,5% (en soms in box 2 bij een middellijk lucratief belang). Over het algemeen is daarom het streven van veel ondernemers om juist niet in deze lucratief belang regeling terecht te komen.

 

De wijze waarop moet worden bepaald of er sprake is van een lucratief belang, is door de Hoge Raad begin 2023 nader uitgewerkt. De wetgever was echter niet blij met deze uitwerking, omdat deze in sommige situaties leidde tot het ineens buiten toepassing blijven van de lucratief belang regeling. Dat wordt nu door de wetgever per 26 juni 2023 gerepareerd. Gevolg is dat participaties van medewerkers die na 26 juni 2023 zijn/worden opgetuigd, moeten voldoen aan de strengere wettelijke spelregels om uit het lucratief belang te blijven. Op 26 juni 2023 reeds bestaande situaties kunnen soms nog wel meeliften op de gunstige uitspraak van de Hoge Raad.

 

Tip:
Wil je een medewerker laten participeren in je onderneming, let dan goed op deze lucratief belang regeling.

Einde zelfstandige belastingplicht open CV

De zelfstandige belastingplicht van de open commanditaire vennootschap (CV) verdwijnt per 1 januari 2025. Er is in overgangsrecht voorzien, waardoor onder voorwaarden de fiscale claims in onder andere de vennootschapsbelasting en inkomstenbelasting kunnen worden doorgeschoven. Hiervoor is echter wel een herstructurering in 2024 noodzakelijk.

 

Tip:
Als je participant bent in een open commanditaire vennootschap moet je in 2024 een herstructurering doorvoeren om belastingheffing te voorkomen.

Wetsvoorstel fiscaal kwalificatiebeleid buitenlandse rechtsvormen

Op grond van dit wetsvoorstel worden de kwalificatieverschillen tussen verschillende landen opgelost. Kwalificatieverschillen kunnen ertoe leiden dat het ene land een lichaam als niet-zelfstandig belastingplichtig beschouwt (transparant, de achterliggende participanten worden als belastingplichtigen beschouwd), terwijl het andere land een lichaam als zelfstandig belastingplichtig beschouwt (ook wel aangeduid als: niet-transparant).

Afschrijvingsbeperking gebouwen inkomstenbelasting

Voorgesteld is om de afschrijvingsbeperking voor gebouwen in de inkomstenbelasting gelijk te trekken met de afschrijvingsbeperking voor gebouwen in de vennootschapsbelasting. Waar voorheen in de inkomstenbelasting de bodemwaarde voor gebouwen in eigen gebruik 50% van de WOZ-waarde bedroeg, zal dit vanaf 2024 100% van de WOZ-waarde bedragen.

Tijdelijke verhoging vrije ruimte werkkostenregeling teruggedraaid

Vanaf 1 januari 2024 wordt het percentage van de vrije ruimte van de werkkostenregeling (waarin onder voorwaarden onbelaste vergoedingen en verstrekkingen kunnen worden gegeven aan werknemers) teruggedraaid naar 1,92% over de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom (in 2023 bedraagt deze 3%). De vrije ruimte boven de € 400.000 blijft op 1,18%.

 

Tip:
Aan het einde van het jaar de vrije ruimte over 2023 volledig benutten, omdat de vrije ruimte in 2023 ruimer is dan in 2024. Hierdoor wordt zoveel mogelijk de overschrijding van de vrije ruimte met 80% eindheffing voorkomen.

Aftrekbaarheid giften in de vennootschapsbelasting

Giften aan algemeen nut beogende instellingen (ANBI’s) en steunstichtingen (SBBI) zijn momenteel onder voorwaarden aftrekbaar van de winst van de vennootschap. Per jaar bedraagt de aftrek ten hoogste 50% van de winst, met een maximum van € 100.000. Met Prinsjesdag is voorgesteld om met ingang van 1 januari 2024 een door een vennootschap aan een ANBI gedane gift niet meer aftrekbaar te maken, ook niet voor zover de gift lager is dan het huidige wettelijke maximum van 50% van de winst en van € 100.000. Eind oktober heeft de Tweede Kamer besloten deze afschaffing van de giftenaftrek niet door te laten gaan.

 

Ook in 2024 blijven giften aan ANBI en SBBI onder voorwaarden aftrekbaar van de winst van de vennootschap.

Wijzigingen voor IB-ondernemers

De MKB-winstvrijstelling wordt verlaagd van 14% naar 13,31%. Bovendien wordt de zelfstandigenaftrek verlaagd van € 5.030 naar € 3.750.

 

Tip:
Het wordt voor IB-ondernemers eerder interessant om de besloten vennootschap in te gaan.

Nieuw tarief overdrachtsbelasting bij aandelenoverdracht vastgoed bv’s

Vanaf 2025 betaal je 4% overdrachtsbelasting bij aankoop van aandelen in een vastgoedvennootschap die nieuw vastgoed bezit. Dat geldt alleen als:

 

  • je aandelenbelang tenminste 33 1/3% is of wordt;
  • de bezittingen van de vennootschap voor meer dan de helft bestaan uit vastgoed (dat bestemd is voor verhuur);
  • het vastgoed nieuw is of minder dan 2 jaar geleden is opgeleverd; én
  • de vennootschap het vastgoed voor ten minste 10% vrijgesteld van btw gaat verhuren binnen 2 jaar na aankoop van de aandelen (bijvoorbeeld de verhuur van woning is altijd vrijgesteld van btw).

 

Door deze maatregel betaal je bij de aankoop van nieuwgebouwde woningen óf btw (bij aankoop in privé) óf 4% overdrachtsbelasting (bij aankoop via een vennootschap).

Tarief vennootschapsbelasting blijft gelijk

Het tarief voor de vennootschapsbelasting blijft in 2024 gelijk. Dat betekent 19% over de eerste € 200.000 winst en 25,8% daarboven.

Wijziging Open Fonds voor Gemene Rekening (OFGR)

Met ingang van 1 januari 2025 worden de voorwaarden gewijzigd waaronder een fonds voor gemene rekening als transparant voor de vennootschapsbelasting kwalificeert. Via het benutten van de aandelenfusiefaciliteit is het desgewenst mogelijk om afrekening te voorkomen.

Innovatiebox blijft ongewijzigd

Ook in 2024 blijft het tarief voor innovatieve winsten in de vennootschapsbelasting 9%. Dit blijft dus een mooie fiscale faciliteit voor ondernemingen die WBSO claimen.

Excessief lenen

Sinds 1 januari 2023 moeten aanmerkelijkbelanghouders die meer dan € 700.000 hebben geleend van hun eigen B.V. inkomstenbelasting in box 2 betalen. Er geldt een uitzondering voor de financiering van de eigen woning. Als eerste peildatum geldt 31 december 2023, waardoor het op basis van de op 31 december 2023 aanwezige schulden berekende fictief reguliere voordeel als inkomen in box 2 in de heffing wordt betrokken.

 

In 2024 wordt het maximumbedrag voor excessief lenen uit de eigen bv verlaagd van € 700.000 naar € 500.000. Dit is derhalve relevant voor de stand van de schulden op 31 december 2024.

Overige wijzigingen

Betalingskorting voorlopige aanslag inkomstenbelasting
Administratieve lasten bij het voldoen van een voorlopige aanslag zijn door digitalisering tegenwoordig gering. Kosten van een betaling in één keer zijn praktisch gelijk aan het in gang zetten van periodieke betalingen. Om deze reden wordt de betalingskorting bij het betalen van de voorlopige aanslag inkomstenbelasting in één keer, net als in de vennootschapsbelasting, afgeschaft. Het blijft wel mogelijk om de voorlopige aanslag inkomstenbelasting in één keer te voldoen.

 

Verhoging onbelaste reiskostenvergoeding
De maximale onbelaste reiskostenvergoeding (voor zakelijke kilometers inclusief woon-werkverkeer) stijgt per 1 januari 2024 naar € 0,23 per kilometer (in 2023 bedraagt deze € 0,21 per kilometer).

 

Verruiming vrijstelling OV-abonnementen en voordeelurenkaarten (OV-kaart)
Op dit moment zijn er verschillende vrijstellingen in de loonbelasting bij gebruik van het openbaar vervoer door een werknemer. Bij het vergoeden van OV-abonnementen en voordeelurenkaarten (OV-kaart) is de vergoeding slechts onbelast, wanneer de vergoeding niet hoger is dan de daadwerkelijke kosten van zakelijk gebruik (waaronder woon-werkverkeer). Dit zorgt voor een hoge administratieve last.

 

Vanaf 1 januari 2024 geldt slechts één vrijstelling voor het verstrekken van OV-kaarten aan werknemers. Dit zorgt ervoor dat – ongeacht hoe een OV-kaart aan de werknemer wordt aangeboden – er geen loonbelasting verschuldigd is, mits de werknemer de OV- kaart ook (in welke mate dan ook) voor zakelijke reizen (waaronder woon-verkeer) gebruikt.

Algemene disclaimer:

Een groot aantal van de bovengenoemde voorstellen zijn onderdeel van het wetsvoorstel Belastingplan 2024.

De Eerste en Tweede Kamer moeten deze voorstellen nog goedkeuren. 

Vragen?

Laat je gegevens achter en wij nemen zo spoedig mogelijk contact met je op:

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Uiteraard is ieder advies uiteindelijk maatwerk, dus neem gerust vrijblijvend contact met ons op om te bespreken welke impact de (voorgenomen) wijzigingen hebben op jouw situatie.

 

Snel contact met één van onze collega’s? Laat hier je gegevens achter.

Dennis Kemerink LL.M. RB

Senior belastingadviseur

0545-46 36 26 d.kemerink@bonsenreuling.nl Stuur een bericht

Meer weten over wat we allemaal doen?

Plan een afspraak met één van onze specialisten.