Waar het kabinet eerder heeft besloten om het merendeel van de steunmaatregelen voor ondernemers per 1 oktober jl. te beëindigen, vormen de strengere coronamaatregelen aanleiding om het nog lopende steunpakket uit te breiden. De uitbreiding geldt voor het vierde kwartaal van 2021 onder voorbehoud van goedkeuring door de Europese Commissie.

Herleving TVL-regeling

De aangekondigde Vaste Lasten Nachthoreca (VLN)-regeling wordt verbreed tot TVL vierde kwartaal 2021. De regeling ziet er als volgt uit. Ondernemers, die in het vierde kwartaal van 2021 een omzetverlies hebben van 30% of meer ten opzichte van de referentieperioden en aan de overige voorwaarden voldoen, komen in aanmerking voor een TVL-subsidie. De hoogte van de subsidie wordt berekend aan de hand het omzetverlies, de sectorafhankelijk vastgestelde vaste lasten en het subsidiepercentage van 85. De voor de VLN aangekondigde voorwaarde, dat de ondernemer in zowel het tweede als in het derde kwartaal van 2021 TVL-steun moet hebben ontvangen, wordt niet opgenomen in de TVL voor het vierde kwartaal.

Regeling Ongedekte Vaste Kosten (OVK)

Land- en tuinbouwbedrijven hebben te maken met het landbouwspecifieke plafond van het staatssteunkader, waardoor gelijke behandeling met andere bedrijven die TVL ontvangen niet mogelijk is. Daarom geldt de OVK ook in het vierde kwartaal van 2021.

Ondersteuning voor evenementen

Voor evenementen, die door de overheid in verband met corona zijn verboden, loopt tot het einde van het jaar de Tijdelijke Regeling Subsidie Evenementen COVID-19 (TRSEC). Het subsidiepercentage wordt verhoogd naar 100 tot en met 31 december 2021, zoals ook in de zomer het geval was.

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) werkt momenteel de Aanvullende Tegemoetkoming Evenementen (ATE) uit. Deze regeling wordt naar verwachting begin 2022 opengesteld. De ATE zou aanvankelijk gelden voor evenementen in de periode van 10 juli t/m 24 september 2021, waarvoor geen aanspraak op TRSEC bestaat. Vanwege het nieuwe evenementenverbod wordt de ATE uitgebreid tot de periode van 10 juli tot en met 31 december 2021. Evenementen, die buiten de garantieregeling vallen, die voldoen aan de gestelde voorwaarden van de ATE en die geannuleerd worden vanwege een door het Rijk afgekondigd evenementenverbod, komen voor vergoeding in aanmerking. De vergoeding bedraagt 100%.

Ondersteuning voor de culturele sector

Van 13 november tot 4 december 2021 mogen geen evenementen plaatsvinden waarbij de bezoekers geen zitplaats hebben. Daarnaast geldt een maximale capaciteit van 1.250 bezoekers per ruimte. De suppletieregeling bij het Fonds Podiumkunsten voor instellingen, die te maken hebben met deze beperkende maatregelen, wordt uitgebreid naar een vergoeding van maximaal 55% van de kaarten van de totale reguliere capaciteit en opengesteld voor voorstellingen met een zitplaats. Sommige instellingen zullen, indien zij aan de voorwaarden voldoen, ook aanspraak kunnen maken op de TVL Q4 2021.

Aanvullende ondersteuning voor de sport

Voor professionele sportwedstrijden stelt het kabinet maximaal € 36 miljoen beschikbaar ter compensatie van de geleden schade van kaartverkoop en compensatie van seizoenkaarthouders voor de periode 13 november tot 4 december 2021. Voor de amateursport is maximaal € 5 miljoen beschikbaar. De minister van VWS werkt beide regelingen in samenwerking met de sportsector uit.

Vangnet zelfstandigen

Voor zelfstandigen is inkomensondersteuning beschikbaar in de vorm van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz). Het Bbz is tijdelijk vereenvoudigd om de overgang van de Tozo naar het Bbz beter uitvoerbaar te maken. De verwachting is dat de Tozo niet weer van stal wordt gehaald.

Geen nieuwe tranche NOW

Naar verwachting zal de NOW niet herleven, gezien de krappe arbeidsmarkt. De NOW is een generieke en grofmazige regeling en kan niet sectorspecifiek worden ingezet. Wel worden voorbereidingen getroffen voor een mogelijke herstart van de NOW als de beperkende maatregelen na 4 december 2021 worden verlengd.

Bron: Ministerie van Financiën | publicatie | CE-AEP / 21286925 | 16-11-2021

Wanneer wordt de vakantiebijslag betaald?

Aan de meeste werknemers wordt in de maand mei of juni in één keer de opgebouwde vakantiebijslag uitbetaald. Dit kan tegelijk met het reguliere periodesalaris zijn, maar ook eerder of later in de maand. Ook kan het zijn dat de vakantiebijslag in twee keer (bijvoorbeeld in mei en in december) of elke maand direct al wordt uitbetaald. Indien er geen cao geldt, mag een werkgever zelf bepalen wanneer hij de vakantiebijslag uitbetaald. De opgebouwde vakantiebijslag over het vorige kalenderjaar moet wel uiterlijk in juni van het daaropvolgende jaar worden betaald. Indien een werkgever door bijzondere omstandigheden, zoals Corona, niet in staat is het vakantiegeld tijdig te betalen kan hij in overleg met zijn werknemers een latere betaling overeenkomen.

Hoogte van de vakantiebijslag

Het minimale opbouwpercentage is 8% over het bruto-jaarsalaris. In enkele cao’s wordt echter een hoger percentage of een hoger minimumbedrag per jaar gehanteerd. Hoe wordt dit bruto jaarsalaris nou bepaald? In veel cao’s is bepaald dat de vakantiebijslag wordt opgebouwd over het verdiende brutosalaris over de periode van mei tot mei het jaar daarop of van juni tot juni het jaar daarop. In de cao staat vaak ook precies beschreven over welke loonbestanddelen de vakantiebijslag wordt opgebouwd.

 

Is er geen cao? Dan geldt dat er wordt opgebouwd over alle bruto-inkomsten met uitzondering van winstuitkeringen, vergoedingen voor zorgkosten of voor kosten die nodig zijn voor de uitoefening van de functie en incidentele vergoedingen/uitkeringen.

 

Uitgaande van 8% opbouw over een jaar komt de uitbetaling van het bruto vakantiegeld neer op net iets minder dan één maandsalaris. Wat hiervan netto overblijft is echter vaak heel anders, hoe kan dit?

Hoeveel blijft er over van de vakantiebijslag

De vakantiebijslag die niet maandelijks wordt uitbetaald wordt gezien als een ‘bijzondere beloning’ en wordt belast tegen een ‘bijzonder tarief’. Dit houdt in dat de loonheffing die hierover betaald moet worden anders wordt bepaald dan de ‘normale beloning’ (het reguliere periodesalaris). De basis voor het bijzonder tarief is hetzelfde als het normale tarief, alleen worden bij het normale tarief de heffingskortingen toegepast. Aangezien de volledige heffingskortingen al worden toegepast bij de loonheffing over het reguliere salaris, wordt over ‘extra’ (bijzonder) salaris dus een ander -vaak hoger- tarief berekend. Alle kortingen waar werknemers recht op hebben zijn immers al verrekend. Daarnaast worden er verrekeningspercentages toegepast. Dit alles om te zorgen dat de betaalde loonheffing zoveel mogelijk aansluit bij de totaal te betalen inkomstenbelasting en de kans dat werknemers hierbij moeten nabetalen te minimaliseren.

 

Het bijzonder tarief wordt gebaseerd op het jaarloon van het voorgaande jaar en wordt altijd vermeld op de salarisspecificatie. In onderstaande tabel de tarieven van 2021:

Mocht je naar aanleiding van dit blog vragen hebben, neem gerust contact met mij op.

 

Publicatiedatum: 07-05-2021

Patty Kemp

Adviseur Salaris-desk

0545-46 36 26 p.kemp@bonsenreuling.nl Stuur een bericht

Meer weten over wat we allemaal doen?

Plan een afspraak met één van onze specialisten.